Wat is en doet een oncologiefysiotherapeut?

Een oncologiefysiotherapeut is een fysiotherapeut die zich middels een 4-jarige master opleiding heeft gespecialiseerd in het begeleiden van mensen met kanker, of kanker in de voorgeschiedenis. De oncologiefysiotherapeut richt zich specifiek op het behandelen van lichamelijke klachten als gevolg van de aandoening zelf of als gevolg van de medische behandeling. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan:

  • pijn
  • huidveranderingen
  • lymfoedeem (vochtophoping)
  • verminderde mobiliteit
  • stijfheid van gewrichten en spieren
  • vermindering van kracht
  • vermindering van conditie
  • vermoeidheid
  • ademhalingsproblemen
  • problemen op het gebied van activiteiten
  • en problemen op het gebied van participatie.

Hoe onderscheidt een oncologiefysiotherapeut zich van een reguliere fysiotherapeut?

De gespecialiseerde oncologiefysiotherapeut zal met zijn kennis over de verschillende vormen van tumoren, medische behandelingen en specifieke problemen, zorg dragen voor een adequate en op het individu aangepaste behandeling. Hierbij zal de oncologiefysiotherapeut altijd handelen volgens de actuele richtlijnen en beslisboom voor de oncologische revalidatie.

Naast de fysiotherapeutische behandeling vervult de oncologiefysiotherapeut ook een coachende rol. Kanker is een ingrijpende diagnose en de oncologiefysiotherapeut kan cliënten en hun naasten helpen met het leren omgaan van de nieuwe situatie. Hierbij zullen de behoeftes van de cliënt en zijn/haar naasten altijd centraal staan en zal er samen gewerkt worden aan een betere kwaliteit van leven.

Wat is het doel van de behandeling?

Oncologiefysiotherapie kan ingezet worden in alle fasen van het ziekteproces: de in opzet curatieve fase, de palliatieve fase en de herstelfase. Elke fase heeft weer andere doelen.

In de in opzet curatieve fase is alles gericht op het bestrijden van de kanker. De oncologiefysiotherapeut kan in deze fase helpen bij het beperken en bestrijden van bijwerkingen van de behandeling, verlies van conditie en krachts en het verlichten van spanningsklachten.

In de herstelfase gaat het om herwinnen van beweeglijkheid, kwaliteit van leven en het herwinnen van controle over de activiteiten van het dagelijkse leven. De oncologiefysiotherapeut kan bijvoorbeeld helpen met een trainingsprogramma om de conditie te verbeteren en adviseren bij het hervatten van werk en sport. Ook tijdens de chemotherapie kan er gericht getraind worden om conditie, kracht en uithoudingsvermogen zo goed mogelijk te behouden. Als de cliënt na een succesvolle behandeling is genezen, zijn er soms wel blijvende gevolgen zoals bewegingsproblemen of vermoeidheid. Goede nazorg is dan belangrijk.

Soms kan de ziekte niet (volledig) worden genezen maar wel onder controle gebracht en gehouden worden. Kanker krijgt dan meer het karakter van een chronische ziekte. Dit heeft fysieke, psychische en sociale gevolgen. Iedereen moet op eigen wijze leren omgaan met de nieuwe situatie. De oncologiefysiotherapeut zal hierin een coachende rol vervullen en behandelt voorkomende klachten.

De palliatieve fase begint op het moment dat de iemand te horen krijgt dat genezing niet meer mogelijk is en de behandeling ook niet meer op genezing wordt gericht. Deze fase kan weken, maanden maar soms ook jaren duren. De kwaliteit van leven en de wens van de cliënt en zijn/haar naasten staan in deze fase centraal! De oncologiefysiotherapeut kan helpen om zolang mogelijk een actief leven te leiden.

In de terminale fase wordt het duidelijk dat het levenseinde nadert. De cliënt moet afscheid nemen van zijn/haar naasten en van het leven. In deze fase staat het comfort van de cliënt centraal. De oncologiefysiotherapeut kan bijvoorbeeld helpen bij het zoeken naar de meest comfortabele houding. Ademhalingsoefeningen kunnen verlichting geven bij benauwdheid. Pijn en angst kunnen verminderen door ontspanningsoefeningen en massage.

Hoe gaat de behandeling in zijn werk?

Eerst wordt er een uitgebreide intake afgenomen bij een oncologiefysiotherapeut, vervolgens wordt in samenspraak met de cliënt een op het individu aangepast behandelplan opgesteld. Bij de daaropvolgende behandeling gaat de afgesproken behandeling in.

De cliënt heeft een verwijzing nodig van de arts.